Gegevens

Voor de jaren 2017 t/m 2020 geldt dat als de Aanslag Inkomstenbelasting en Premie volksverzekeringen nog niet onherroepelijk vaststond op 24 december 2021, de box 3 belasting net als voor de jaren 2021 en 2022 op twee manieren berekend wordt: volgens methode A (de oude methode) en volgens methode B (de spaarvariant). De berekening die de minst te betalen belasting oplevert wordt dan gebruikt. Bij fiscale partners wordt dit per partner apart berekend en bepaald.
Is de aanslag al wel definitief, dan blijft de oude berekening (methode A) gehandhaafd. Je hebt dan mogelijk, onder voorwaarden, wel recht op rechtsherstel box 3 belasting.

Als je een fiscaal partner hebt, kun je jullie gezamelijke box 3 vermogen verdelen tussen jezelf en je partner.
Voor de berekening moet je dan ook aangeven welk deel van de grondslag voordeel uit sparen en beleggen (het vermogen na aftrek van de vrijstellingen) in de belastingaangifte wilt toekennen aan je partner.

Vul hieronder alle bezittingen en schulden in box 3 in als vermogensbestanddeel. Per stuk of soort. Van jezelf én van je partner.

Voer het bedrag op 1 januari in, en het soort vermogen. Dit kan per vermogenssoort of per vermogensbestanddeel (bezitting).
De vermogenssoorten zijn:

  • sparen – bank- en spaartegoeden, inclusief spaardeposito's;
  • overig bezit – overige bezittingen in box 3, zoals:
    • beleggingen, aandelen, obligaties,
    • onroerend goed, vakantiewoning, woning voor studerend kind, verhuurde woning(en),
    • uitgeleend geld (familiebank) en andere vorderingen,
    • rechten op periodieke uitkeringen en
    • contant geld en overige bezittingen.
    Kortom al het box 3 vermogen behalve spaargeld.
  • schulden – geleend geld en schulden in box 3, zoals box 3 hypotheken (dus niet de eigen woning hypotheek in box 1), (familie)bankleningen, etc.
    Let op: zonder aftrek van de box 3 schuldendrempel.
Vanaf 2023 geldt dat:
  • vorderingen en schulden tussen fiscaal partners en tussen ouders en minderjarige kinderen niet opgegeven hoeven te worden, en
  • geld dat staat op een rekening van een Vereniging van Eigenaren (VvE) of op een derdengeldenrekening bij een notaris, opgegeven mag worden als spaargeld.

Voer het bedrag op 1 januari in, en het soort vermogen. Dit kan per vermogenssoort of per vermogensbestanddeel (bezitting).
De vermogenssoorten zijn:

  • sparen – bank- en spaartegoeden, inclusief spaardeposito's;
  • overig bezit – overige bezittingen in box 3, zoals:
    • beleggingen, aandelen, obligaties,
    • onroerend goed, vakantiewoning, woning voor studerend kind, verhuurde woning(en),
    • uitgeleend geld (familiebank) en andere vorderingen,
    • rechten op periodieke uitkeringen en
    • contant geld en overige bezittingen.
    Kortom al het box 3 vermogen behalve spaargeld.
  • schulden – geleend geld en schulden in box 3, zoals box 3 hypotheken (dus niet de eigen woning hypotheek in box 1), (familie)bankleningen, etc.
    Let op: zonder aftrek van de box 3 schuldendrempel.
Vanaf 2023 geldt dat:
  • vorderingen en schulden tussen fiscaal partners en tussen ouders en minderjarige kinderen niet opgegeven hoeven te worden, en
  • geld dat staat op een rekening van een Vereniging van Eigenaren (VvE) of op een derdengeldenrekening bij een notaris, opgegeven mag worden als spaargeld.

Voer het bedrag op 1 januari in, en het soort vermogen. Dit kan per vermogenssoort of per vermogensbestanddeel (bezitting).
De vermogenssoorten zijn:

  • sparen – bank- en spaartegoeden, inclusief spaardeposito's;
  • overig bezit – overige bezittingen in box 3, zoals:
    • beleggingen, aandelen, obligaties,
    • onroerend goed, vakantiewoning, woning voor studerend kind, verhuurde woning(en),
    • uitgeleend geld (familiebank) en andere vorderingen,
    • rechten op periodieke uitkeringen en
    • contant geld en overige bezittingen.
    Kortom al het box 3 vermogen behalve spaargeld.
  • schulden – geleend geld en schulden in box 3, zoals box 3 hypotheken (dus niet de eigen woning hypotheek in box 1), (familie)bankleningen, etc.
    Let op: zonder aftrek van de box 3 schuldendrempel.
Vanaf 2023 geldt dat:
  • vorderingen en schulden tussen fiscaal partners en tussen ouders en minderjarige kinderen niet opgegeven hoeven te worden, en
  • geld dat staat op een rekening van een Vereniging van Eigenaren (VvE) of op een derdengeldenrekening bij een notaris, opgegeven mag worden als spaargeld.

Toevoegen
%

Welk deel van de grondslag voordeel uit sparen en beleggen, ofwel belastbaar box 3 inkomen, wil je opgegeven bij je partner?